Mijn foto
web-log.nl, powered by TypePad

Myspace Layouts

Alloallo_3

Leedwinst

Er bestaat iets dat ze ziektewinst of leedwinst noemen. Dat is dat je voordeel ondervindt van het ziek zijn, namelijk de meelevende aandacht van anderen. Dit kan uiteraard genezing in de weg staan.

Begrijpt u mij niet verkeerd, ik ben zielsgelukkig met uw oprechte medeleven. Het is een grote steun voor mij in deze zware tijd! Maar ten prooi vallen aan de verlokking van leedwinst, dát wil ik tegen elke prijs voorkomen. Daarom spreek ik mezelf nog maar weer eens moed in met een nummer van No Doubt: You can do it.

I know you're meaning well
But you've been shot to hell
Just come back and join us now
'Cause I know that you know how

Unfortunately this is the case
You've got to catch up
And win the race
Straighten yourself out...
You can do it


I know it seems
They're messing with your mind
But you don't have to go foward blind
So let the bygoned be bygone
And let's make and end
To this sad, sad song

Praktijk

Mensen die mij niet zo lang kennen vragen zich soms af wat er precies autistisch is aan mij: ze merken niet veel. Mensen die mij al lang kennen vragen zich dat niet af.

Ik zal hier iets proberen uit te leggen van hoe het voor mij is: de ingewikkeldheid van het bestaan in een driedimensionale en 'tijdige' wereld. Mijn stress in de praktijk.

Voor mij zijn de kleinste dagelijkse dingen al gecompliceerd. Ik kan bijvoorbeeld niet met een mobiele telefoon omgaan. Natuurlijk kan ik best een nummer intoetsen en een gesprekje voeren. Maar ten eerste wordt de verstaanbaarheid lastig als het niet hélemaal stil is om me heen. Ook kan ik er niet aan wennen dat je op verschillende, vaak onverwachte plekken kunt bellen, of erger: gebeld kunt worden. Ik raak daarvan steeds opnieuw in verwarring en dat geeft stress.

Dingen als een maaltijd bereiden blijven moeilijk. Eerst over straat moeten, vol indrukken, dan boodschappen doen in een drukke winkel. In de winkel moet ik meestal een strikt lijstje hebben, anders raak ik de kluts kwijt. Thuis moet ik voortdurend extra goed nadenken hoe ik precies alles aanpak met die maaltijd. Ik praat hier zelden over, omdat ik het zo lastig aan mensen kan uitleggen, zeker toen ik nog niet wist dat ik een autistische stoornis heb. Bovendien wilde ik altijd graag net zo normaal voor mezelf kunnen zorgen als anderen dat kunnen.

Dezelfde stress geldt voor het huishouden in het algemeen en ook voor douchen en aankleden. Alles moet een duidelijke vaste plaats hebben. Als er iets anders ligt dan anders dan raak ik in paniek. Reizen is ook bijzonder (in-)spannend.

Instanties zijn een verschrikking. Bij instanties kun je namelijk vaak nergens precies op rekenen. Regeltjes en procedures zijn te onduidelijk en ingewikkeld. Voor veel mensen en helemaal voor iemand als ik. Ik ben blij dat ik nu een beheerder heb voor mijn zaken, al blijven er dingen die ik zelf moet regelen. Die beheerder zelf bijvoorbeeld is ook een instantie... Nog steeds ben ik één bonk gespannenheid door het leven in een bureaucratische maatschappij.

Voor mijn manier van sociale omgang heeft de stoornis ook gevolgen. Ik heb altijd de omgang tussen mensen moeten bestuderen, om de codes te kraken. Door mijn intelligentie ben ik in staat de sociale codes redelijk goed te imiteren. Daardoor merken mensen op het eerste gezicht weinig aan me. Maar het vreet energie. Ik zit niet graag alleen, maar ik moet wel, om overeind te blijven. Vaak vind ik het 't fijnst om gewoon met mensen stil bij elkaar te zitten. Een spelletje doen ofzo vind ik erg leuk. Films volg ik alweer moeilijker.

Om het samen te vatten: ik heb continu gebrek aan overzicht over dingen in de gewone, echte wereld. Hoe simpeler dingen zijn, hoe beter het voor mij is. Dit is ook de oorzaak van mijn eenvoudige en heldere schrijfstijl, daarvan ben ik overtuigd. In theorie lukt het overzicht wel, daarmee compenseer ik zo goed mogelijk mijn tekort in de praktijk.

Dit is alweer een beknopt stukje, waarin ik de ingewikkeldheid van de materie nog lang niet heb kunnen uitleggen, maar het is een poging.

Verzet

Het is zo, dat ik nu een beetje op de religieuze toer ga. Daar kan Macks geraaskal niets aan voorkomen.

*** *** ***

Wat doe je, als je iemand bent die volgens iedereen zoveel in zijn of haar mars heeft en toch kom je in een steeds hulpbehoevender situatie terecht? Wat doe je, als je aan de voorkant wellicht oogt als een krachtige leeuw maar in werkelijkheid met je verlamde achterpoten op een karretje staat? Hoe rijm je dat, hoe leg je dat vervolgens uit, en hoe beweeg je je nog fatsoenlijk voort?

Ik ben opstandig geweest. Een "verzetsheld". Tot aan het furieuze toe ben ik geweest. Alles en iedereen moest het ontgelden. Ik wilde het sterkst zijn van iedereen, was strijdbaar, wel eens niet te genieten en ik heb in het voorbijgaan mensen pijn gedaan, soms heel erg. Het was een vurige manier van overleven, die ook zijn aantrekkelijke kanten had, voor mij en anderen. Maar mijn verzet was futiel.

Er is nu dan ook niet zo veel meer van over, van het verzet. Waar moet ik mij eigenlijk tegen verzetten? Ik doe toch wat ik kan? Wat voor zin heeft het, mijn tanden en klauwen te laten zien als bijna iedereen sneller loopt dan ik? "Raak me niet aan!"?? Dan kom ik alleen te staan! Dat wil niemand.

Raak mij aan! Raak mij wél aan! Aai mij alsjeblieft over mijn kop!!

Mijn situatie maakt me toenemend nederig. Niet onderdanig, dat is niet wat ik bedoel. Wel nederig. Ik leer wat menselijkheid is. Dat werd tijd, wil ik er wel even bij zeggen. Ik leer hoe breekbaar mensen zijn; niet alleen ik! Maar ik leer ook de sterkte van zachtheid kennen, de immense kracht die in liefde schuilt.

Dat mijn geven een ontvangen was, dat wist ik al: het is zaliger te geven. Moeilijker is het om in de ontvangende positie te zitten en mij te realiseren dat dat tevens een géven is. Ik ontvang hulp, aandacht, warmte en geef tegelijk mijn vertrouwen in ruil. Met het ontvangen geef ik anderen gelegenheid het hunne te geven.

Ik merk iets van Jezus' bedoeling toen hij zei dat we als kinderen moeten zijn. Als een kind zo kwetsbaar geef ik mij. Ik maak totaal transparant hoe ik momenteel verdoold ben en... O verrassing! Er trapt niemand op mijn ziel!

Er trapt niemand op mijn ziel, en zo het al gebeurt is het hen vergeven. Mijn levensloop móest van mij wel een gelovig mens maken, al vanaf de kleuterleeftijd. Dat is de weg die ik ook graag wil gaan en daarom ben ik dankbaar voor mijn leerzame leven, hoe moeilijk het ook mag zijn.

PS Dit schematische verhaaltje slaat uiteraard op de huidige episode, maar zeker ook op allerlei voorgaande perioden. Ik maak gebruik van verdichting, omdat bloggen vraagt om bondigheid. Met andere woorden: ik leer dit al mijn hele leven, en wel stapje voor stapje. Daarmee ga ik door.

Dna3d

Gedragen

Het gevoel niets meer op eigen kracht te kunnen. Overgeleverd aan mijn allerlaatste reserves. Amechtig van de zorgelijkheid, zo lig ik op de bank met flink wat kalmeringstabletten in de mik en het ziet er naar verluidt uit als een ineengedoken vogeltje op een tak dat wacht tot het sterven mag.

Maar. Maar. Ik word gedragen. Daardoor geef ik het niet op.

Te beginnen bij goeie ouwe Laurent, die mij gisteren thuis heeft gebracht vanuit de kliniek en ook nog gitaar voor me heeft gespeeld. Helemaal vanuit Eindhoven, dus dat zegt wat over zijn vriendschap. Geweldig dank je wel Laurent! Ik heb er geen woorden voor.

Dus ik lig vandaag op de bank onder een dekentje en dan schrik ik van de bel. Het is een kennis, iemand die twee weken geleden voor een dichte deur stond (we hadden afgesproken) doordat ik dus met spoed was opgenomen, en ik had geen telefoon en ook haar nummer niet bij me. Inmiddels heb ik haar gebeld. Ze vermoedde al dat ik weer was opgenomen. Daar stond ze nu, met fruit en een bloemetje. De schat.

En mijn vader is geweest! Om mijn fiets te repareren! En mij moed in te spreken! Het is lang geleden dat ik mijn ouders gezien heb. En al helemaal dat ik ze op een fijne manier gezien heb. Mijn vader is een lange sterke man en ik voelde me veilig toen ik huilend in zijn armen dook. Hij zegt dat ik uit die negatieve spiraal moet komen door rechtop te staan en de dingetjes te doen die ik nog kan, hoe moeilijk dat ook is. Hij gelooft - met zovele anderen - dat ik hieruit kan komen. De negende december schijnt het zover te zijn ;) Het is niet zo dat het contact nu weer genormaliseerd is. Maar ik heb hem nu tenminste eventjes gezien. Ik heb zijn arm om mijn schouders gevoeld en kunnen janken.

Doordat ik gedragen word waar nodig, lukt er toch nog iets, hoe bescheiden ook. Naar de apotheek fietsen. Een nieuwe agenda kopen. Een afwasje doen. Moeilijk genoeg. Maar ik doe ze. Voor mij is dat nu heel wat. Het leven wordt minder negatief en beangstigend als ik merk hoeveel lieve mensen er zijn. Met onuitsprekelijke dank.

Baby_bird

Snappen

Vandaag ga ik met ontslag. Normaal wordt er altijd veel aandacht aan het afscheid van groepsleden besteed maar ik wil dat niet. Ik heb me de laatste dagen al veel teruggetrokken en ga er vanmiddag liefst zo stilletjes mogelijk vandoor. Ook mijn keus hiervoor wordt gerespecteerd.

Desondanks word ik overspoeld door liefde van mensen. De meest gevoelige en zachtaardige mensen komen één voor één naar me toe met hun adressen, met kaartjes, met tranen en knuffels. Ze gaan me zo missen! Ik ben er totaal door verrast. Een meisje (dat net zo gevoelig en kwetsbaar is als ik, maar er meer fragiel uitziet dan ik) barstte net in stille tranen uit toen ik haar de engel gaf die ik vorige week had geboetseerd en die ik wegens breekbaarheid niet mee kan nemen.

Terwijl ik me in de woestijn voel zitten en aan het overleven ben met iedere ademteug, heb ik anderen kennelijk veel gegeven, zonder het te weten. Ik heb ook veel gekregen. Snappen doe ik het niet. Aanvaarden wel. Ik moet wel. Wie kan er snappen hoe Gods wegen zijn?

Plaats

Als het je - nee, stop. Nu het mij slecht gaat, onderscheid ik pas echt helder wat er toe doet. Dan weet ik hoe arrogant, zelfzuchtig, opgeblazen ik bij voortduring wel ben geweest. Ik weet dat ik dat was. Er was en is ook veel goeds aan mij, maar egoisme was er ook. Ik bid niet alleen vurig dat het mij beter mag gaan, maar vooral dat ik mijn plaats voortaan, blijvend, zal kennen, hoe het mij verder ook mag gaan.

Bijzonder

Vandaag werd ik door iemand die ik erg bewonder vergeleken met iemand die ik nóg meer bewonder. Ik deed deze persoon namelijk sterk denken aan... Anne Frank. Of ik dat wel vaker had gehoord, "ja, zeker". Nee, dus. Veel binnen zitten is de enige overeenkomst met Anne Frank die ik kan bedenken. Het is veel te veel eer, die vergelijking.

Maar goed. De persoon die deze vergelijking maakte, bewonder ik dus. Om haar levenskracht, energie, opgewektheid, heldere blik, dienstbaarheid in de groep en om haar moed. Zo frele als ze is, zo fantastisch is ze. Ik ben niet de enige die er zo over denkt.

Ze heeft een baan bij een grote gemeente als inkoper. Vóor deze baan was ze reisbegeleider. Ze is een bijzondere vrouw. 44 jaar geleden als pasgeborene te vondeling gelegd bij een boeddhistisch klooster door haar Koreaanse biologische moeder en gedurende haar eerste twee levensjaren in dat klooster opgevoed. Vervolgens geadopteerd door Belgische ouders.

Er zitten meer van zulke bijzondere mensen hier in de kliniek. Zo is hier een man die van beroep clown is. Er is een heuse zangeres. Een heuse dj. En er zijn relatief veel hulpverleners van allerlei soort hier opgenomen.

Opgenomen zijn is niet iets wat je voor je plezier doet. Verre van, dat spreekt vanzelf. Maar van alle instellingen waar je om psychiatrische redenen opgenomen kunt worden is deze kliniek met afstand de beste. Dat weet ik vrijwel zeker. De belangrijkste redenen liggen dicht bij elkaar: er heersen hier - binnen gezonde perken - vrijheid en liefde. Daarom ben ik dankbaar dat ik hier mag verblijven.

Regenen

Uit: 'Misschien wisten zij alles', Toon Tellegen, Querido's, 2001

Beste mus,
Het regent en zal ik je eens wat vertellen? Het houdt nooit meer op met regenen.
Het zal altijd, altijd blijven regenen. Noem maar een dag, mus, zo ver mogelijk weg. Op die dag zal het nog steeds regenen. En de dag erna ook.
Ik weet dat.
Tot nog toe kwam de zon altijd weer tevoorschijn. Maar nu niet meer.
Je zal hem nooit meer zien, mus. En stof om in te baden evenmin.
Modder zal er zijn. Blubber. Let maar op.
Heb je wel eens van striemen gehoord? Zo zal het blijven regenen, mus: striemend.
Wat hoor ik daar? Sissen?
Aha. Het regent nu zelfs al op de zon, mus. De zon is bezig uit te gaan, achter de wolken. Dat sist. Ja ja, mus.
Pas maar op, als er straks een nat rond ding naar beneden plonst.
Kijk maar uit dat hij niet op je doorweekte kop valt. Jij altijd met je zorgeloze gesjilp. Alsof alles vanzelf spreekt!
De kraai

Beste kraai,
Ik heb je brief gekregen. Dank je wel!
Ik heb hem eerst laten drogen en toen gelezen. Heel interessant!
Ik vind het altijd leuk om post van je te krijgen. Neem me niet kwalijk dat ik toch even heb gesjilpt van plezier.
Als ik omhoogkijk kan ik je net zien zitten, weet je dat? Op de onderste tak van de eik.
Je veren glanzen in de zon.
Ik vind dat je heel mooi krast. Treurig, maar dat is juist zo mooi.
De mus

Terug

Ik durf het bijna niet te vertellen: ik ben weer terug in de kliniek, voor een crisisopname van een week of twee. Het is het laatste wat ik wilde maar het kon niet anders. Nog twee of drie weken en dan heb ik als het goed is echt begeleiding in de thuissituatie. Ik bid dat ik hier ooit nog uit kom, uit deze modderpoel. Zeer hopelijk wel, met die begeleiding dus. Echt heel erg jammer dat het zo moet gaan met mij. Ik jank me suf, maar het is zoals het is. Ik moet doorgaan, een andere keus is er niet. Ik doe mijn best, met Gods hulp.

Levenskwaliteit

Dit lange bericht heb ik mijn ouders vanochtend gestuurd. Dit is dus hoe het met mij gaat. Wat is de zin van daar omheen te draaien?

"Lieve pap en mam,

Veel dank voor jullie lieve bericht. Het is een groot hart onder de riem voor mij. Ik moet dan ook huilen als ik het lees. Van opluchting, van verdriet, van dankbaarheid. Opgelucht ben ik omdat jullie toch nog iets van contact willen. En ook omdat jullie kennelijk de toekomst zonniger kunnen inzien dan ikzelf. Dat heb ik nodig, dat iemand namens mij vertrouwen heeft, omdat het mij er veelal aan ontbreekt.

Sorry dat ik misschien teveel complimenten ineens heb geschreven. Ze waren welgemeend, maar de waarheid ligt natuurlijk inderdaad ergens in het midden; dit was een momentopname die ik wilde delen. Ik ben nogal sentimenteel de laatste tijd. Ik wil het zo graag goedmaken met mensen die ik in mijn nood pijn heb gedaan!

Wat ik hieronder allemaal schrijf is ook een momentopname, maar wel een moment zoals ik er talloze heb. Het zien-zitten is de uitzondering, wanhoop en tranen de regel. Ik ben zo gewend aan wanhoop, het lijkt een tweede natuur geworden, dat kan ook meespelen. Anderzijds is mijn situatie toch ook echt van een soort waarvan door mensen gezegd wordt (bijvoorbeeld door een eerlijke verpleegkundige
in de kliniek en indirect door mijn psychiater) dat het niet onbegrijpelijk voor hen zou zijn als ik er een eind aan zou maken. Die wens had ik tot en met september af en toe heel sterk.

Tot nu toe ben ik alle keren naar de therapeutische boerderij geweest. Nu drie weken: zes keer. De eerste twee weken was ik net een zombie. Ik had het heel zwaar en zei niet veel. Nu gaat het ietsje beter, ofschoon ik nog steeds geen concreet idee heb wat dit me op de lange duur moet gaan opleveren. En wat als ik straks gewend ben aan de boerderij? Tegen de tijd dat het zover is moet ik alweer bijna afscheid nemen en ontstaat daar weer een gat. Ik verwacht maximaal een jaar te mogen blijven; dat geeft mij onrust. Maar alle beetjes helpen, zo wil ik het maar zien.

Ik voel me nog altijd heel alleen, ook al zie ik elke week een vriend(in). Er is een grote leegte, er is armoede (zo mag ik dat toch wel noemen), er is verveling en er zijn angsten voor het doen van dingen die ik zou kunnen. Bijvoorbeeld een wandeling maken in mijn eentje. Op zoveel plekken hier heb ik me rot gevoeld, dat de hele stad en omgeving beladen is met negativiteit.

Van Begeleid Wonen heb ik nog niets gehoord. Daaraan raak ik niet gewend, die afhankelijkheid van instanties. Dat lijdzaam moeten afwachten.

Ik heb zorgen. E. staat als een soort backup achter me, daar ben ik enorm dankbaar voor. Maar het liefst zou ik natuurlijk redelijk zorgenvrij zijn en op een echt gelijkwaardige manier contact met mensen hebben.

Ik heb last van hooggevoeligheid. Zintuiglijk (ik heb bijvoorbeeld de tv nog steeds geband) maar ook anderszins. Weten jullie nog dat ik als kind eens huilend met een gewonde muis op de trap zat, een muis die papa even later in het geheim heeft vergast? Zoals toen op de trap voel ik me nog altijd
heel vaak. Soms kan ik er niet van slapen. Bepaalde nieuwsberichten bijvoorbeeld. Ik kan er niet eens inhoudelijk over praten, zo gevoelig ligt het. Het is niet waar dat ik niet empathisch ben. Ik ben juist extreem empathisch. Alleen de sociale wereld van mensen, daar is voor mij vaak moeilijk in te komen.
Dat is Asperger: wel mee willen doen maar niet goed kunnen.

Ik blijf uitgeput, van een leven lang "ploeteren", zoals mijn psychiater het noemt. Sinds een jaar gaat het dus weer slechter: sinds ik ineens overspoeld werd door tal van onbetaalbare en onbegrijpelijke rekeningen in november 2008; de opluchting om mijn Wajong-uitkering was daardoor van korte duur.

Er is inmiddels zoveel wat ik geprobeerd heb, zoveel wegen die ik ingeslagen ben, alle met zo'n beetje nul op rekest. Afgezien van alle teleurstellingen heeft die chaos ook een bijna permanente ontreddering, weerstand en verlamming gecreeerd in mijn systeem. Wie zegt dat dit ineens wel lukt? Dit is het laatste wat ik nog wil en kan proberen, ik bedoel: dit met de therapieboerderij, de financiele beheerstichting en het begeleid wonen dat eraan komt.

Ik werk zo goed mogelijk aan verbetering van mijn levenskwaliteit, maar als dit niets oplevert dan wil ik echt niets meer proberen. Ik ben zo godvergeten moe... Ik denk ook niet dat dat kan, iets anders proberen. Dit is al behoorlijk pittig, al deze hulpvormen bij elkaar. Eigenlijk wil ik niet leven met geprofessionaliseerde, geinstitutionaliseerde en daardoor gefragmenteerde en vrij onpersoonlijke steun, maar heb geen keus. Ik heb al tot het uiterste gewacht om dit te doen. En dat ik vervolgens nog veel langer moest wachten dan het uiterste ligt aan de procedures bij instanties.

Schaamte om mijn toestand is aanwezig, maar die is nog wel van het minste belang.

Ik mis de humor en mentale scherpte die ik ruim anderhalf jaar lang had (ongeveer van de zomer van 2007 tot het voorjaar van dit jaar). Wel hing die scherpte nauw samen met een overlevings-woede (vaak letterlijke woede) die nu enorm is afgezwakt. Ook concentreerde zowat al die mentale energie zich op het internetten. Dat doe ik nu ook een stuk minder. Nu verzet ik méér werk dan toen ik nog zo scherp en humoristisch was, dat wel.

Misschien is het gewoon niet mogelijk het helder te zien op dit moment. Hopelijk dat ik later terugkijk en kan zeggen: "Dat is toen wel de ommekeer geweest, die periode. Vanaf eind 2009 is het met de juiste hulp langzaam beter gegaan - en gebleven! Vanaf toen kon ik eindelijk lachen!" Als ik dat nu maar
alvast zeker wist, dan zou ik me een stuk beter voelen. Vol vertrouwen. Nu weet ik het zo net nog niet.

Het blijft wankel en dat spijt me wel. Ik doe wat ik kan. Hopelijk kan ik méér als er eindelijk twee keer per week begeleiding aan huis komt. Wel heb ik bijna geen woedebuien meer gehad sinds mijn opname in augustus en september.

Ik wens jullie het allerbeste. Ik denk vaak aan jullie en mis jullie."

Desert

Tijden

Zes jaar geleden kreeg ik een relatie met T., een man die op dat moment precies tweemaal zo oud was als ik. T. is een Ethiopier met wie ik destijds werkte. De relatie had een rare vorm. Ik was toen al een hele tijd niet in goeden doen, en voelde me emotioneel afhankelijker dan ik had gewild. T. op zijn beurt was extreem voorzichtig en wilde mij slechts één avond en nacht per week zien. Op een vaste dag. Dat bleef een paar jaar zo. Verder mocht niemand van hem weten dat wij iets hadden, ook en vooral onze collega's niet. Hij was zeer bezorgd om zijn reputatie. Ik voelde mij gekrenkt en beledigd.

Doordat ik zo fucked up en wanhopig was, nam ik genoegen met deze verkrampte constructie, maar onder geregeld terugkerend protest. Hoe wijs en mild hij ook was, ik vond hem evengoed steeds meer een dominante rotzak, die misbruik maakte van mijn kwetsbaarheid en mij aan zijn lijntje hield. Later heb ik iets dergelijks nog eens meegemaakt, met Shiny.

Toch duurde het wel drie jaar voordat ik T. helemaal niet meer zag. Ons contact eindigde ermee dat ik hem een aantal van haat vervulde mails en voicemails deed toekomen. Berichten waarvan ik zeker wist dat die hem tot op het bot zouden kwetsen. Ik voelde me machteloos en wilde hem vanuit die toestand ordinair terug pijn doen. Zoals bij hem past, hoorde ik nooit meer iets van hem en dat was toen ook mijn bedoeling.

Nu zit ik in een proces van goedmaken met mensen. Mijn ouders, Shiny, wel meer mensen nog. Niet om er de deur bij plat te willen lopen, maar om mijn karma op te ruimen. Ook al was het niet mijn opzet dat ik mijn leven lang zo fucked up was, en ook al weet ik nu wat de oorzaak daarvan is, toch heb ik echt berouw om mijn soms absurd vijandige gedrag naar mensen toe. Juist de mensen die het dichtst bij me stonden.

Vandaar dat ik T. eergisteren een brief heb geschreven. Geen email maar een ouderwetse handgeschreven brief en die heb ik vandaag zelf bij hem door de bus gegooid. Het is geen lange brief. Ik zeg dat ik hem niet meer haat. Ik zeg dat ik het nu alleen nog maar waardeer dat we een tijdlang zo close waren, terwijl ik toen niet de makkelijkste was. Verder stel ik hem op de hoogte van mijn diagnose. Misschien dat er dan voor hem ook wat puzzelstukjes op hun plek kunnen vallen.

Het zijn zware en ook eigenlijk wel mooie tijden.

Injera

Injera eet je met je handen.

Raadsel

Er is vannacht een flesje Warsteiner bier gematerialiseerd op mijn aanrecht. Nou ja, eigenlijk is het getelekinetiseerd.

Gisteravond nog lagen er twee flesjes van dat bier in de koelkast. Die lagen er al wekenlang. Eén ervan zag ik toen ik vanochtend opstond op het aanrecht staan, open, bijna vol en de dop zie ik nergens. Ik werd ertoe gedreven om es even goed bovenin de vuilnisbak te kijken: ook geen dop.

De deur en alle ramen waren vannacht dicht. In de keukenla lag mijn enige flesopener bedekt onder een schaar. Ik weet heel zeker dat ik niet bewust een bierflesje heb opengemaakt. Ik ken mijzelf niet als slaapwandelaar en niet als bierliefhebber. Mijn viervoetige huisgenoot O. lust voor zover ik weet geen bier.

Mocht ik me ineens herinneren hoe dat flesje daar zo komt, dan laat ik het hier per omgaande weten. Ik vrees echter van niet. Ik breek mijn hersens hierop, maar het is mij een compleet raadsel.

PS Deze afbeelding heb ik gevonden door te googlen op "beer ghost".

Beerghost